english version
 
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
 
uit Schooljournaal
Nr.8 24 april 2010

Grote generatiekloof docenten en gamende leerlingen

'Pas op voor de ballen, sukkel!'


door Jolinda Doek

'Welcome at my Scarface. Say hello to my little game,' staat op het beeldscherm van één van de leerlingen uit groep 8. 'We maken met zijn viertjes een vette game', vertelt hij vol enthousiasme. De omslag van de misdaadfilm Scarface vormt de achtergrond van hun spelletje. 'Het is uiteindelijk de bedoeling dat de Avatar poppetjes net zulke vette vechtscènes uitvoeren als er in Scarface plaatsvinden. Maar hoe dat precies werkt, hebben we nog niet uitgevonden', leggen de jongens samen uit.


Verschillende poppetjes vliegen kris kras over het beeldscherm. 'Dat zijn Avatar mannetjes', zegt één van de ontwerpers. 'Die hebben we zelf ontworpen via een website', roept een ander. Alles aan het wezentje kan net zo lang veranderd worden tot het compleet naar wens is. Het gecreëerde poppetje van de jongens is helemaal in het zwart gekleed, op zijn gezicht staat een litteken. De jongens leren samen met andere klasgenoten hun eigen spelletjes maken. De groep bestaat uit negen jongens en één meisje. Ze zitten in groep 8 van de basisschool De Dapper in Amsterdam. De kinderen krijgen één keer per week les van leraar Jan van Arkel. Hij heeft een online cursus gevolgd bij Gamescool om een lesprogramma voor kinderen te kunnen ontwikkelen. In de Gamescool leren docenten in zes online lessen en twee bijeenkomsten de kneepjes van het vak games bouwen, gamedesign en het gebruik van spelletjes in de klas.

meezingen
De leerlingen mogen van Van Arkel zelf invulling geven aan hun lesprogramma. Al gauw komen ze samen op het idee om games te gaan maken. Volgens de leraar leren kinderen veel door het maken van hun eigen games. Hun creativiteit kunnen ze er ook in kwijt. 'De scholieren leren verder nadenken over oorzaak en gevolg. Als mijn Avatar in aanraking komt met de bal, wat moet er dan gebeuren? Wanneer heeft de speler nu verloren of gewonnen? Bij zulke vragen staan ze niet stil als ze zelf spelletjes spelen. Maar als ze games maken, worden ze eigenlijk gedwongen om daar over na te denken', meent Van Arkel. De les wordt plotseling verstoord door twee laatkomers. De twee jongens vissen direct achter het net want er staan twee computers te weinig. 'Ga dan maar samen achter een computer zitten', roept de leraar. Het wordt rumoerig in het lokaal. De kinderen halen koptelefoons uit de doos. Via de website Youtube luisteren ze naar muzieknummers. Een donkere jongen met lange dreads begint spontaan mee te zingen. 'We are the World, we are the children', zingt hij. Zijn buurtjongen zingt met hem mee. 'Nee, dit liedje is totaal niet geschikt om toe te voegen aan een spelletje. We luisteren gewoon even.'

computerregels
Twee andere kinderen spelen stiekem een game tegen elkaar. Maar de docent betrapt hen al snel. 'Meester Jan! Kom effe!' Hij praat met een licht buitenlands accent. Trots laat hij zijn werk aan hem zien. 'Wat is het doel van het spelletje?', vraagt de docent. 'Is dat niet duidelijk?', zegt de jongen. Er staat op de achtergrond van het spelletje: Pas op voor de ballen, sukkel. De Avatar mag beslist niet geraakt worden door de ballen, anders is de game over. Boven de pc's hangt een briefje met de computerregels. Er staat op dat het voor de kinderen verboden is om te chatten, downloaden, msn'en en printen. Voor deze les wordt een uitzondering gemaakt. Volgens Van Arkel zijn basisscholen, ouders en leerkrachten erg huiverig voor het internetgebruik van hun kinderen. Hij denkt dat dit één van de redenen was waarom weinig basisscholen interesse toonden in het gaming lesprogramma. Van Arkel: 'Tijdens mijn les Computerclub leer ik ze juist om op verantwoordelijke wijze met iet om te gaan. En ik informeer de kinderen ook over de gevaarlijke kanten van Internet. Kinderen zijn juist helemaal niet met schunnige dingen bezig, misschien wel met schunnige taal. Ze zijn eerder geïnteresseerd in bling bling, dingen zoals: stoere auto's, geld of zaken die in hun ogen gaaf zijn.'

generatiekloof
De oprichter van www.Gamescool.nl Wouter Baars loopt tegen hetzelfde probleem aan. Volgens hem is er geen grotere generatiekloof zichtbaar dan die tussen kinderen en docenten op het gebied van gaming. Baars: 'De meeste docenten waar het om gaat zijn in de veertig, deze generatie is niet met de computer opgegroeid. Toch wordt er steeds meer door iedereen erkend dat gamen een belangrijke plaats in het onderwijs zou moeten innemen.' De kinderen van Computerclub gaan zorgeloos verder met het ontwerpen van hun spelletjes. Het enige meisje van de groep houdt van roze en glitters. Ze heeft het derde leve! voor haar game net ontworpen. Een roze vlak met sterretjes vormt de achtergrond en gele hartjes de schietballetjes. 'Ik weet nog niet precies wat het doel van mijn spelletje is, dat moet ik eerst nog maar eens ontdekken.'

© Jolinda Doek
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
 
uit Vives. Vakblad ten behoeve van ict-vernieuwingen binnen het onderwijs.
Nr. 105 mei 2010

Met Gamescool de game-kloof overbruggen


door Carla Desain

Games horen bij het leven, in elk geval bij het leven van jongeren. Geen wonder dat games geregeld in het onderwijs opduiken, met soms hele goede resultaten. Leerlingen blijken sommige kennis en vaardigheden beter, sneller, leuker en blijvender op te pikken vla een goede game.


Maar wat is een goede game? Wat maakt een game aantrekkelijk om te spelen? Als teerlingen zelf games gaan maken, zijn dat vragen die aan de orde komen. Voor docenten die zelf weinig of geen game-ervaring hebben, is het nogal lastig om daarover mee te denken. Gamescool, een online cursus voor docenten, zet deelnemers vóór de lessen in gameontwerp eerst zelf aan het gamen.
"Mensen die zelf nauwelijks gamen, zeg maar de 40+ generatie [ik chargeer nu een beetje], kunnen moeilijk snappen wat er zo leuk aan gamen is. En omdat ze de belangrijkste game-elementen niet kennen, niet weten wat een 'boss' is of een 'power up', een 'shooter' of een 'rpg', kunnen niet-gamers niet beoordelen óf een game leuk is." Aan het woord is Wouter Baars, specialist in het ontwerpen van educatieve software en educatieve games. "Om weloverwogen iets te doen met games in het onderwijs, zullen docenten meer van gamen moeten afweten. Ik zet mijn cursisten daarom eerst zelf aan het gamen en laat ze verschillende soorten games proberen. Zo krijgen ze meer zicht op de werking ervan. Met games kun je meer verschillende leerstijlen aanbieden dan normaal gesproken in het onderwijs aan bod komen. Voor sommige leerlingen werkt dat veel beter"

Doel
Wouter Baars geeft al jaren gamecursussen voor kleine groepjes docenten. "In die cursussen leren docenten de beginselen van het maken van games met het programma GameMaker. Niet met als belangrijkste doel om zelf perfecte games kunnen maken - al zit er geregeld een cursist tussen die echt aan de slag gaat om voor zijn of haar eigen vak een game te maken. De kern van Gamescool is dat docenten er zelf zoveel vanaf weten, dat ze hun leerlingen kunnen begeleiden in het maken van games."
Om meer mensen tegelijk te kunnen scholen en minder afhankelijk te zijn van tijd en plaats, wilde Baars die cursusavonden omzetten naar een cursus via internet, via een elektronische leeromgeving. Samen met Pauline Maas, die cursussen 'games maken' geeft aan kinderen en zelf lesmateriaal schrijft, zette Baars in 2009 een online cursus voor docenten op: Gamescool. Aan de testfase deed zelfs een docent uit Aruba mee. Wouter Baars: "Het is wel een heel pittige cursus, het kost deelne-. mers echt drie uur werk per week. Ik hoor wel eens geluiden in de trant van 'Ik hoef het zelf niet echt te snappen, die leerlingen zijn toch veel sneller dat ik; je moet ze gewoon een beetje coachen.' Ik vind dat een zwaktebod. Om leerlingen te kunnen helpen de problemen die ze tegenkomen te tackelen, moet je de materie zelf ook beheersen. Van een wiskundeleraar zouden we toch ook niet accepteren als die zei 'Ik weet eigenlijk niks van wiskunde, ik coach mijn leerlingen alleen maar, de rest ontdekken ze zelf wel'. Maar iedereen kan met GameMaker leren omgaan tot op zekere hoogte, echt niet alleen mensen met een bèta-achtergrond. Er komen ook dingen bij kijken als achtergronden ontwerpen, animaties, geluiden. Dat is vaak meer het pakkie an van ckv-docenten."

Verwachtingen
Als mensen zelf aan de slag gaan en zelf merken hoe leuk, lastig en tijdrovend het maken van een game is, verdwijnen ook irreële verwachtingen. Wouter Baars: "Docenten komen soms binnen met het idee dat ze een sollicitatie-game willen maken, of een geschiedenis-game. Ze hebben een educatief doel en willen dat dan in een game stoppen, omdat jongeren games nu eenmaal leuk vinden. Maar het is maar de vraag of een game de beste vorm is om dat educatieve doel in te gieten. Daar komen ze wel achter als ze eerst eens zelf wat verschillende soorten games gemaakt hebben: bij het maken van een goeie game komt heel veel kijken. Jongeren willen in het begin vaak meteen een ingewikkelde role playing game maken en hebben dan het beeld voor ogen van de gelikte spellen die ze van internet kennen. Als de docent zelf hands-on ervaring heeft, kan hij de leerlingen beter helpen om simpeler te beginnen. De verwachtingen over de resultaten van een cursus games maken op school moeten meer gezocht worden in samenwerken, creatieve uitdagingen en oplossingen voor problemen zoeken, dan in een perfect spel."

Praktijk
Op de Dapperschool in Amsterdam-Oost geeft Gamescool-cursist Jan Giliam van Arkel elke donderdagmiddag leiding aan de computerclub. "Tien leerlingen uit groep 8 wilden graag leren hoe ze 'doekoe konden maken' [= geld verdienen) met de computer. Ze zagen wel toekomst in het maken van computerspellen en vroegen of ik daar les in wilde geven. Ik ben met hen aan de slag gegaan en ze zijn echt enorm fanatiek." De meeste kinderen werken aan een schietspel, maar de resultaten lijken nauwelijks op elkaar. Een kind heeft vooral enorm z'n best gedaan op de achtergrond, waarin vurige vlammen te zien zijn: "Als je verliest, val je in de hel." Een ander kind heeft vreselijk gezwoegd op een aanmeldscherm waar een speler zijn of haar naam in moet tikken en dan vervolgens begroet wordt met 'Hallo,' en de ingetikte naam. Trots wordt dit gedemonstreerd met de namen van iedereen die maar in de buurt is. Weer iemand anders heeft de perfect vette achtergrondmuziek gevonden en in zijn game ingebouwd. Het enige meisje in de computerclub heeft een heel eigen versie van een shooter gemaakt: haar hoofdpersoon is een meisje, dat met hartjes op slechteriken schiet. Als die worden geraakt, worden ze goed.
De kinderen zetten hun maaksels in hun eigen computerclub-community, waar Jan Giliam van Arkel ook tips plaatst en links naar interessante sites waar je bijvoorbeeld zelf makkelijk mooie avatars kunt ontwerpen voor in je spel. Jammer genoeg houdt de computerclub al weer bijna op; de komende weken zal er veel tijd gaan zitten in het voorbereiden van de afscheidsavond en andere eind-van-de-basisschool-activiteiten. Maar een aantal clubleden weet het zeker: "Ik ga later mijn beroep maken van games ontwerpen."


Gamescool is geen LOI-achtige cursus. Groepen cursisten starten tegelijk, zodat ze elkaar ook kunnen helpen en inspireren via de elo. Met datzelfde doel worden per cursusronde twee bijeenkomsten gepland. In oktober gaat een nieuwe Gamescool-ronde van start. Voorwaarden voor deelname zijn: een nieuwsgierige houding, flink wat tijd iedere week gedurende de cursus en de inzet om het maken van games tot op zekere hoogte ook echt zelf te willen beheersen. Meer informatie en inschrijven: www.gamescool.nl

© Carla Desain

 
naar boven