Onder water is alles gedoopt in een helder blauw licht. Door de beweging van de golven is de hoek waaronder het zonlicht in de zee breekt steeds anders waardoor lichtbundels ontstaan die het rif in een regelmatig bewegend ritme belichten. Hoe meer meters zeewater het zonlicht moet afleggen om het onderwaterlandschap te verlichten hoe minder kleuren er over blijven en hoe minder contrast er is. Omdat het zeewater blauw is verdwijnen eerst de oranjes en roden. Zo geeft een zaklantaarn overdag in het diepe een oranjerode lichtstraal en hoeft een donkerbruin gestippelde baars alleen maar naar boven te zwemmen om ineens fel rood gestippeld te zijn.
Klik op de tekening om de animatie te bekijken.
